Home

poppetjes’Ik heb wel een papa. Mijn papa ken ik alleen niet, maar mijn papa is heel aardig, dat weet ik zeker. Als ik later groot ben, dan ga ik mijn papa opzoeken en dan gaan we reizen, heel ver reizen’’ Fleur, 9 jaar

‘’Mijn mama is naar de hemel, ze had een nare ziekte. Voordat ze naar de hemel ging zei ze dat ze mij altijd zal blijven zien. Maar waarom kan ik haar nou niet zien?’’ Bo, 5 jaar

‘’Mijn mama en papa zijn uit elkaar en ik woon nu bij m’n mama. Papa en mama maken heel veel ruzie maar ik vind ze allebei lief’’ Sara, 7 jaar

Rotterdam, een gemeente met 625.472 inwoners. Rotterdam kent een grote diversiteit. Naast de vele culturen die in Rotterdam leven, kent Rotterdam ook vele verschillende huishoudens, gezinnen. Zoals het vroeger vanzelfsprekend was dat een kind opgroeide met twee ouders, is dat nu niet meer zo. In 2013 woonde in Rotterdam 28% van de kinderen tot 18 jaar in een eenoudergezin. Dit is beduidend meer dan de 14% op landelijk niveau. En het blijft groeien. Het aantal echtscheidingen in Nederland waarbij kinderen betrokken waren is in 2014 gestegen naar ruim 35 duizend. Dit is vijf procent meer dan in 2013. (CBS, 2013) (CBS, 2013).

Naast Scheidingen zijn er ook nog andere redenen waarom een kind in een één-oudergezin kan opgroeien. Zo worden er jaarlijks ruim 6000 kinderen (half)wees. Kinderen wonen na verlies van hun moeder vaker in een stiefgezin, pleeggezin of zelfstandig dan na verlies van hun vader. Ook zijn er kinderen die door bepaalde omstandigheden niet bij hun ouders kunnen leven. In 2014 zaten 21.880 kinderen in de pleegzorg, 1.728 kinderen zaten in een gezinshuis en 2.530 kinderen in de residentiële Jeugdzorg. Tot slot zijn er door de vernieuwde mogelijkheden, veel kinderen die vanaf de geboorte één of beide ouders niet gekend hebben.  Zo bestond in 2014 50% van de aanvragen bij de spermabank van single vrouwen, dit ten overstaan van 10% in 2000. In 2012 werden 488 adoptiekinderen naar Nederland gehaald, in 2013 401 en in 2014 354. De Samenstellingen van gezinnen in Nederland en in Rotterdam is niet meer zo gelijk als tientallen jaren geleden. Veel kinderen moeten op jonge leeftijd al één of twee (biologische) ouders missen. (Ministerie van Veiligheid en Justitie, 2015) (NJI, 2015) (CBS, 2013)

‘’Ik verzon vroeger mijn vader. Ik vertelde tegen iedereen hoe geweldig hij was. Het gemis was zo groot dat mijn fantasie het opvulde. Mijn moeder wist niets van dit gemis.’’ Zanne, nu 20 jaar

Het missen van een ouder kan veel invloed hebben op een kind. Bij het overlijden van een ouder ervaren kinderen verschillende gevoelens die soms tegenstrijdig zijn. Een kind kan gevoelens van opluchting hebben, maar ook gevoelens van boosheid ervaren. Er kan kunnen ook angstklachten bij kinderen ontstaan. Omdat jonge kinderen bepaalde emoties niet lang volhouden, tonen ze indirect signalen af. Ze kunnen agressief worden, baldadig, onhandig, of juist over-behulpzaam en zorgzaam.  Schoolprestaties kunnen achteruit gaan en bedplassen kan ontstaan. Kinderen uit eenoudergezinnen hebben meer kans op probleemgedrag  en emotionele problemen dan leeftijdsgenootjes in twee-oudergezinnen. Daarnaast zijn schoolprestaties ook slechter. (NJI, 2015)

Aangezien het missen van een ouder in deze tijd veelvuldig voorkomt en  wij als Gemeente en Maatschappij zorg dragen voor de zelfredzaamheid van burgers en dus ook kinderen, gaat dit thema ons allemaal aan. Voor de transitie was er een hele andere samenstelling van de hulpverlening. Als een kind dan moeite had met dit thema werd er hulpverlening aangevraagd. Denk hierbij aan rouwverwerking, ondersteuning bij echtscheidingen voor kinderen enzovoort. Sinds januari 2015 zijn de zorgtaken die voorheen vanuit de AWBZ werden gefinancierd overgeheveld naar de WMO. Vanaf januari is de Gemeente verantwoordelijk voor een groot deel van de zorg van haar burgers.

Deze ombouw van de verzorgingsstaat heeft gevolgen voor de doelgroep. Deze ombouw moet zorgen voor een kleinere afhankelijkheid van burgers naar de staat, een grotere effectiviteit van de dienstverlening, betaalbaarheid van professionele ondersteuning en meer hulp vanuit het wijknetwerk  (Gemeente Rotterdam, 2014).

Als we vanuit deze informatie naar het thema kijken wat ik zojuist heb beschreven, is het dus van belang dat het netwerk van kinderen het thema van het missen van een ouder oppakken. Denk hierbij aan scholen, ouders, familie en wijknetwerkorganisaties. Het doel van deze innovatie is om binnen dit netwerk bewustwording te creëren.  Als er een stuk begrip ontstaat binnen het netwerk van de desbetreffende kinderen, kan dit een helpend netwerk worden. De burgerkracht wordt vergroot en het sociaal netwerk wordt ingezet. Ouders, scholen en wijkinitiatieven pakken een stukje van de ‘rouwverwerking en acceptatie’ op, waardoor er minder professionele hulpverlening ingezet hoeft te worden.